Maarten schrijft

Winnen vs Verliezen

Ik was 7 jaar en mijn vader besefte heel goed dat sport een goede voorbereiding op het leven was. Ik denk dat hij daar heel erg gelijk in heeft want sport is een uitvergroting van het echte leven en hier leer je doelen stellen, ergens voor gaan, omgaan met tegenslagen en winnen en verliezen.

Dit resulteerde erin dat ik als 7-jarig jongetje op judo, voetbal, atletiek en schaatsen zat. Ik vond eigenlijk niks echt leuk en het was alleen maar omdat mijn zus op zwemmen ging, en ik sneller kon zwommen dan mijn zus, dat ik het zwemmen wel leuk vond.

Mijn vader kreeg gelijk en in de sport stelde ik mezelf doelen, haalde deze soms, maar vaak ook niet. Ik won veel, maar zwom soms niet zo hard als ik zou willen en haalde dan alsnog mijn doelen niet. Juist het verliezen heeft me geleerd om niet op te geven en door te gaan. Het heeft me geleerd dat er na verlies ook winst kan volgen, na regen zonneschijn.

Juist deze les kwam later goed van pas toen ik in het ziekenhuis lag vanwege de diagnose leukemie. Een inktzwarte periode brak aan, wat een aaneensluiting was van mezelf misselijk voelen, overgeven en slapen. Mijn tactiek in het ziekenhuis was om de ellendige tijd door te komen. Uur voor uur, dag voor dag, week voor week terwijl ik hoopte dat de volgende dag beter zou zijn.

Juist dit hopen op een betere dag, hopen dat de pijn het volgende uur wel draagbaar zou zijn, heb ik geleerd van het leren verliezen tijdens mijn jeugd door middel van sport. Verliezen is niet erg, daar leer je van en de volgende keer kun je zomaar weer winnen.

De dagen voorafgaand aan mijn Olympische Spelen bestonden uit 7 uur per dag zwemmen en 15 uur per dag in een hoogtetent. Ik wist dat mijn kans op succes niet heel groot zou zijn, maar ik wist wel dat ALS het zou lukken het alles waard zou zijn, want winnen is het mooiste dat er is.