Maarten schrijft

Onderaan de ladder

Volgens sommigen staat Olympisch goud voor eeuwige roem. Jeugdig talent, doorzettingsvermogen en absolute focus resulteerden bij mij in 2008 tot het allerhoogste wat je in de sport kunt bereiken. Mijn leven was totaal veranderd. Wat ga ik nu doen? Is het echt Olympische roem of is het ook voor mij opnieuw onder aan de ladder beginnen?

‘Zullen we met een groep oud-topsporters de marathon van New York lopen voor stichting Hartedroom?’ vroeg John van Lottum aan de telefoon. Ik weet zelf hoe belangrijk gezondheid is en hoeveel plezier je aan sport kunt beleven, dus zei ik “ja”. Veel trainingsuren en een vlucht later zaten we met z’n 5-en aan de ontbijttafel in NY.

Tijdens mijn sportcarrière zwom ik elke dag zeven uur met veel plezier. Ook toen ik noodgedwongen niet meer kon zwemmen, omdat ik in het ziekenhuis behandeld werd vanwege leukemie, ervoer ik dat als een enorm gemis. Na mijn herstel besloot ik onderaan de ladder te beginnen en het zwemmen een nieuwe kans te geven. Toen ik na mijn winst in Beijing stopte, beloofde ik mezelf elke dag een uur te blijven zwemmen. Ik vond zwemmen immers leuk, anders zou ik het nooit zeven uur per dag hebben volgehouden. Het aantal keer dat ik nog gezwommen heb, viel erg tegen. Zonder doel bleef er weinig over van het plezier dat ik jarenlang tijdens het zwemmen gehad heb. Na een week gaf ik het op; zonder doel is zwemmen helemaal niet leuk.

Zowel Erben Wennemars, Kenneth Perez, Jan van Halst als John van Lottum vertellen tijdens het ontbijt over hun tijd als sporter en hoe ze de overgang naar het normale leven ervaren. Erben die nog zo van het sporten zelf geniet, John die over zijn baan als sponsormanager bij de eredivisie vertelt, Kenneth die praat over zijn werk als analist en ik over mijn financiële baan bij Unilever. Allemaal zeer verschillend, maar met als gemeenschappelijke factor dat we genieten van het stellen van nieuwe doelen en daar voor gaan.

Het was snel duidelijk dat het zwemmen niks meer voor mij was. Ik nam afstand van de sport, gaf veel presentaties binnen het bedrijfsleven, deed vrijwilligerswerk voor KWF Kankerbestrijding en kreeg begin 2010 een kans om binnen Unilever als financial binnen hun opleidingsgroep te beginnen. Mijn collega’s vonden het de eerste dagen maar gek om een Olympisch kampioen als collega te hebben, maar al snel kreeg ik, net als iedereen, moeilijke vragen over Robijn wasmiddel en Glorix schoonmaakdoekjes.

In eerste instantie verbaasde het me in NY dat we alle vijf zoveel op elkaar leken. Vaak genoeg ben ik voormalig sportkampioenen tegengekomen die heel anders dachten en veel meer moeite hadden met het vinden van hun plek in de ‘normale’ maatschappij. Later begreep ik het. De bereidheid om na een sportcarrière onderaan de ladder plaats te nemen als voormalig sportkampioen, was exact hetzelfde als de bereidheid om in New York de marathon te lopen. Niet aan een sportwedstrijd meedoen om te winnen, maar om het beste uit jezelf te halen.

De marathon viel niet mee. In eerste instantie hoopte ik op een tijd onder de vier uur. Genieten was zeker niet het juiste woord, Olympisch niveau al helemaal niet, maar dat gaf niet. Ik, en ook wij, hadden onszelf het doel gesteld om dit te doen. En zo deden we. Olympische roem of niet, desnoods kruipend over de finish.

Een tijd van 4 uur 56 minuten en onderweg 3 keer overgegeven. Niks Olympische roem, onderaan de ladder is de mooiste plek om te zijn.


Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *