Wie het heldenverhaal wil lezen over hoe Maarten van der Weijden zich voorbij kanker vocht en vervolgens naar olympisch goud zwom, die moet het boek ‘Beter’ niet lezen.

Want Maarten van der Weijden ziet zichzelf niet als held. En zeker niet als iemand die door te knokken van acute leukemie genas.

Het zijn voorbeelden van vooronderstellingen waar de gestopte zwemmer in zijn autobiografische levensverhaal mee wil afrekenen. Van der Weijden schroomt daarbij niet om het hartgrondig oneens te zijn met Lance Armstrong, die stelt dat een vechtersmentaliteit een positieve invloed heeft op het genezingsproces.

De voormalige student wiskunde wil daar niet aan, rationeel als hij is. Ziek worden is een kwestie van pech, genezen een zaak van geluk. Het enige wat je zelf kunt doen, is je overgeven aan de doktoren en de chemokuren ondergaan, stelt Van der Weijden.

Vader

De rode draad in ‘Beter’ is de band tussen Maarten en zijn vader, bij wie werkelijk alles lijkt te draaien om presteren en leren. Je op eigen kracht verzekeren van een goede toekomst. Op openhartige wijze beschrijft de ex-zwemmer hoe hij vaak botste met zijn vader. Desondanks is hij hem ook dankbaar.

Juist aan zijn drang om te presteren, zichzelf een doel te stellen, heeft Van der Weijden zijn gouden olympische plak op de tien kilometer open water voor een groot deel te danken.

Als een monnik leefde hij voor dat doel, tot in het extreme. Januari 2008 verbrak hij zijn jarenlange relatie telefonisch, vanuit een trainingskamp in Venezuela. Hij moest en zou zich volledig op de Olympische Spelen concentreren, en daarbij was geen ruimte voor Daisy. Hij weet dat hij in zijn prestatiedrang zich soms als een hork gedroeg, maar maakt zijn afwegingen berekenend en zorgvuldig, waarbij hij ogenschijnlijk zijn emoties uitschakelt.

Die komen wél naar boven wanneer het over zijn kamergenoten in het ziekenhuis gaat. Mannen voor wie hij sympathie kreeg. Met wie hij soms bevriend raakte en gesprekken voerde over leven en dood. Mannen die er nu niet meer zijn. Ook hun verhaal wilde Van der Weijden vertellen. Zij mogen niet vergeten worden omdat hij meer geluk heeft gehad dan zij.

Geslaagd

In het openhartige relaas dat ‘Beter’ is, lijkt Van der Weijden geen onderwerp te mijden. Dat gegeven zorgt ervoor dat het boek een bijzondere inkijk biedt in niet alleen zijn leven en de lange, zware weg die hij aflegde naar het olympische eremetaal, maar zeker ook in de persoon die Maarten van der Weijden is.

Hij vroeg onder meer Tim Krabbé en Leon Verdonschot zijn levensverhaal op te schrijven, maar om het echt zíjn verhaal te maken, moest hij het vooral zélf doen, zo werd hem verteld. Die opzet is uitstekend geslaagd. Veel dichter bij Maarten van der Weijden kom je niet, zo helder weet hij zijn manier van denken en leven uiteen te zetten.

Al is ‘Beter’ behalve voor sportliefhebbers, doktoren en (familie en naasten van) ernstig zieken net zo zeer interessant voor psychologen, toch is het 259 pagina’s tellende drukwerk geen zware kost. Door de niet-chronologische opbouw blijft het boek niet te lang bij hetzelfde onderwerp hangen.

Natuurlijk voeren zijn zwemloopbaan, de strijd tegen kanker en de band met zijn familie de boventoon, maar Van der Weijden toont zich bovenal een allesbehalve saai persoon – die nog kan schrijven ook.

Hendrik Meijnders, 13-09-2009